Dilemma BZK toelage ambtenaar. Wat vindt u?

cartoon-tobehonest-smile-blog-henk

Geeft u ambtenaar € 40.000 vergoeding?

Onlangs berichtten de media over een topambtenaar die ruim € 40.000 kreeg voor slechts 18 dagen werk op Curaçao. De Secretaris Generaal van BZK (SG) nam deze beslissing die aanleiding gaf tot vragen en soms tot verontwaardiging. Stel dat de SG u had uitgenodigd zijn mogelijke dilemma te onderzoeken: Geven we de topambtenaar wel of niet € 41.745 voor 18 dagen werk op Curaçao?

In het onderzoek houdt u rekening met de richtlijnen en de rechten, belangen en wensen van alle betrokkenen. De argumenten kunnen we onderscheiden naar een waarde (W), een gevolg (G) of naar een smoes (S). Hieronder is het schema voorzien van enkele argumenten van het ministerie. U wordt uitgenodigd nieuwe argumenten toe te voegen en deze te wegen met een W, G of S. Daarna neemt u een beslissing: Ik geef het bedrag van € 41.745 wel en dan noemt u 2 argumenten aan de wel-zijde, ondanks 1 of 2 argumenten aan de andere zijde. Ik geef het bedrag niet omdat (2 argumenten aan de niet-zijde), ondanks 1 of 2 argumenten aan de wel-zijde.

Enkele gebruikte argumenten:

WGS WEL NIET WGS
W Vanwege de buitenlandvergoeding

W = regel

VUBZK-regel stelt als eis een verblijf van 60 aaneengesloten dagen in buitenland

W = regel

W
G Recht op vergoeding door hogere lasten (onkostenvergoeding)

G = gevolg van de opdracht

Imago schade voor het ministerie en voor ambtenarij.

G = burgers begrijpen het niet, riekt naar zelfverrijking

G
S De huidige minister Ollengron stelt: uitzonderlijke situatie, dat ambtenaar nauwelijks op Curaçao was, was niet voorzien.

S = gelegenheidsargument

Bedrag voor de echtgenote is niet aangepast.

S = leeg argument

Balkenende norm

W = afspraak met parlement

S

 

W

Van belang is dat u argumenten bedenkt voor beide beslissingen. Hiermee laat u zien dat u ook de andere kant van deze zaak in uw overweging hebt betrokken. Ieder argument geeft u een gewicht: een waarde, wet of regel (W) heeft het zwaarste gewicht, rekening houdend met de gevolgen van uw beslissing (G) heeft een minder zwaar gewicht en een niet ter zake doend argument of smoes (S) kent geen gewicht. Welk argument heeft het zwaarste gewicht en geeft uiteindelijk de doorslag voor uw overweging. Laat in de formulering van uw beslissing zien, dat u ook het sterkste tegenargument hebt meegewogen: “Ik doe …. , ondanks, ….”.

Ik nodig u uit om, vanuit uw denkbeeldige rol als adviseur van de SG van BZK, deze kwestie van aanvullende argumenten te voorzien.

Aan u de beslissing!

Henk Bruning

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *